Het Rozenkruis verklaard

De grondgedachte van het Rozenkruis* is dat de mens een tweevoudig wezen is. Hij is een mens van de aarde naar zijn natuurlijke geboorte. En hij is een microcosmos met een goddelijk kernbeginsel dat ongeveer samenvalt met het natuurlijke hart van de mens. Deze goddelijke kern wordt het 'oeratoom' genoemd of 'de Roos des harten'. Deze goddelijke kern of dit licht wil zich ontplooien, maar wordt daarin beperkt door de persoonlijkheid die zijn eigen verlangens nastreeft.

Hoe kan men in verbinding komen met dit diepe zielsverlangen, deze stem horen?

Het Rozenkruis geeft richting aan deze zoektocht. Het baseert zich hierbij op de gnosis, ofwel het gnostische-christelijke pad, ofwel de mystieke wijsbegeerte. Deze wijsbegeerte is beschreven in de geschriften van vele religies in hun oorspronkelijke vorm. Voorbeelden zijn de Bijbel, de geschriften van het soefisme, het boeddhisme, de Kabbala, de Tao Teh Tjsing. In alle grote Wereldgodsdiensten zijn aspecten van de mystieke wijsbegeerte terug te vinden.

Niemand kan aan een ander, het licht of de waarheid overdragen. Het is een ervaringsweg van het hart. Ieder mens moet zelf zijn eigen pad vinden, moet zijn eigen proces van verandering gaan. Gedurende dat veranderingsproces zal het innerlijke licht van de mens steeds meer in sterkte toenemen en de persoonlijkheid zal meer en meer een dienend instrument worden. Dit heet in de wijsbegeerte het dienstbaar worden van ‘de persoonlijkheid’, ofwel ‘het ik-bewustzijn’ aan de ziel.

Kinderen staan nog heel dicht bij het goddelijke, bij hun innerlijke spirituele kern. Zij hebben vooral een omgeving nodig waarin ze hun natuurlijke openheid kunnen bewaren. Vanuit deze gedachte is de Jan van Rijckenborghschool opgericht.

* De officiële benaming van het Rozenkruis is ‘Lectorium Rosicrucianum’, ofwel de ‘Internationale School voor het Gouden Rozenkruis’, op de website verder ‘het Rozenkruis’ genoemd.