Projectonderwijs

De vakken die vallen onder ‘Wereldoriëntatie’ worden in projectvorm aangeboden. Dit zijn aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs, oriëntatie op mens, wereld en maatschappij.

Eerst wordt de theoretische leerstof van de betreffende vakken behandeld. Daarna gaan de kinderen creatief aan de gang met de stof. Ze stellen een werkstuk samen van werkbladen, zelfstandige opdrachten en tekeningen. Er wordt (voor)gelezen, gezongen, muziek gemaakt, maar ook gekleid, geknipt, geplakt, gebakken en toneel gespeeld. Ook in de kringgesprekken wordt van gedachten gewisseld over het thema van het project, waarin tevens de drie levensvragen worden betrokken. ‘Wat en op welke manier heeft dit projectthema met mij te maken?’ Dikwijls worden inzichten, gevoelens en ervaringen vorm gegeven in beeldende werkstukken. In de projecten neemt het leren samenwerken (sociaal-emotionele vorming) een belangrijke plaats in.

Gedurende het schooljaar is een aantal projecten ingepland. Een project duurt gemiddeld zes tot acht weken en is verbonden aan een thema, bijvoorbeeld ‘De Mens’. Iedere groep werkt op het eigen niveau aan ditzelfde thema. Voor de samenstelling van de projecten wordt uitgegaan van verschillende methodes. De kleutergroepen gebruiken Methode Schatkist. Groep 3 t/m 8 werken op basis van de methodes ‘Wijzer door de wereld’, ‘Wijzer door de tijd’ en ‘Wijzer door de natuur’. Deze methodes voldoen aan de kerndoelen voor de genoemde vakken. Bij sommige projecten worden projectcollecties aangevraagd bij de plaatselijke bibliotheek. Voor kunst- en cultuureducatie maakt de school regelmatig gebruikt van projecten die aangeboden worden door verschillende culturele instellingen.

Als afronding van een project laten de groepen hun (creatieve) resultaten zien aan elkaar en aan de ouders. Er wordt ofwel een expositie gehouden in de klaslokalen en de hal van de school, ofwel een voorstelling gegeven in de aula.